De Paradox van ‘Kinderen die Vragen’

De Paradox van ‘Kinderen die Vragen’

Nog niet zo lang geleden, kwam mijn zoontje thuis uit school en vertelde dat hij door de meester niet gekozen was om iets voor te lezen voor de klas. De reden daarvoor was simpel: hij had gevraagd of hij het mocht doen en “Kinderen die vragen, worden overgeslagen”, aldus de meester.

En eerlijk is eerlijk: dit zinnetje wordt volop gebruikt door ouders, grootouders en leerkrachten. En niet alleen daar. Wanneer mijn zoontje bij de slager een plakje worst zou vragen, zou hij dezelfde repliek krijgen. Iedereen zal dit ongetwijfeld meerdere malen in zijn leven te horen hebben gekregen. Toen hij dit echter vertelde, drong tot me door hoe ontzettend paradoxaal dit gegeven in de opvoeding eigenlijk is. Jaren zijn we bezig om kinderen te leren dat zij niet mogen vragen om iets, terwijl we later te horen krijgen dat als we iets willen, we dit kenbaar moeten maken.

Creëren van gedachtepatronen

Even terug naar de situatie waar het om draaide: voorlezen aan de klas. Hij gaf aan dit graag te willen doen, maar mocht dit niet doen. Wanneer een kind zichzelf laat horen, maar hiervoor de deksel op de neus krijgt, kun je je afvragen of je hiermee onbewust niet totaal verkeerde signalen afgeeft. Op onbewust niveau kunnen zich bij het kind wellicht patronen gaan ontwikkelen, die hem het idee geven dat hij toch niet gehoord wordt wanneer hij zichzelf uitspreekt.

Neem daarbij ook nog eens het feit, dat je wanneer het kind zijn wens uitspreekt eigenlijk ook nog eens gestraft wordt voor het feit dat hij dit doet en je hebt gelijk een ongezonde kweekvijver wat de basis moet vormen van zijn verdere leven en de relaties die hij hierin aangaat. Eigenlijk geef je het kind hiermee aan dat hij zich beter klein kan houden en naar de achtergrond kan treden dan dat hij laat zien wie hij is en voor zijn wensen en behoeften opkomt.

Natuurlijk is dit erg zwart-wit geschetst en draagt veel meer dan alleen die ene zin bij aan het creëren van gedachtepatronen. Maar dit geeft wel de toon aan waarop er vaak met kinderen wordt omgegaan: het niet erkennen van de behoefte en het niet echt luisteren naar wat ze aangeven. Ze zijn misschien klein en weten nog niet alles, maar wanneer zij klein gehouden worden, zullen ze dit ook blijven als volwassene. En zelfs al spreken ze een behoefte uit, die niet tegemoet gekomen kan worden. Dan kan op zijn minst hier een gelijkwaardig en begripvol antwoord op komen waardoor het kind zich gehoord en gezien voelt en zich niet minderwaardig hoeft te voelen. De meester had ook kunnen reageren met het antwoord: “Wat leuk dat je dat wil doen, maar ik ga vandaag zelf iemand kiezen. Volgende keer mag jij voorlezen”. Hij zou hiermee de wens van het kind valideren in plaats van dat je angst creëert om wensen kenbaar te maken.

Paradoxale lessen

Als kind leer je dus, al dan niet direct, dat het niet oké is om jezelf uit te spreken. Wanneer je echter ouder wordt, merk je dat je in relaties in welke vorm dan ook, jezelf moet laten horen en je wensen en behoeftes moet uitspreken. Iets wat je als kind afgeleerd is en er van nature in zit, moet je jezelf dus op latere leeftijd weer aanleren. Niemand kan gedachten lezen en dus moet je leren om die angst om jezelf uit te spreken los te laten. Angst die er eigenlijk misschien niet eens had hoeven zijn wanneer we zelf als kind met meer liefde, compassie en gelijkwaardigheid waren behandeld.

Want kijk eens als volwassene terug naar relaties of situaties waarin je misschien beter wel van je had kunnen laten horen en had kunnen vragen naar wat je nodig had op dat moment. Hoe vaak heb je dat niet gedaan uit angst voor de gevolgen er van? Stel nou dat het niet zo eng was geweest om de dingen te vragen en aan te geven, die jij graag zou willen en die jij nodig zou hebben. Had je dan wel bij je partner uitgesproken wat je nodig had in de relatie? Had je dan toch om die loonsverhoging gevraagd? Had je dan vaker je wensen uitgesproken?

Laten wij onze kinderen , kleinkinderen en leerlingen het juiste voorbeeld geven en laten zien dat je met begrip een stuk verder komt dan met angst inboezemen. En als je niet weet hoe? Bedenk dan hoe jij het zou vinden om de reactie, die je het kind geeft, te ontvangen van iemand die je onvoorwaardelijk liefhebt en meer dan wat dan ook vertrouwt in de wereld. Of denk eens terug naar toen je zelf een kind was en hoe jij je voelde als je ouders of leraar op een bepaalde manier reageerden. Wees voor het kind die veilige haven vol liefde, die je zelf ook wil hebben. Laat ze hun kracht en talenten zien in plaats van angst ervoor creëren. De wereld heeft hier meer van nodig en het enige waar we kunnen beginnen, is bij ons zelf.

 

Geen reacties

Je reactie toevoegen